Zuid en Oost-Australië.
Pennanten zijn aan te treffen in zowel bergen, heuvels als vlakten, als er maar sprake is van goed bebost
terrein.
Ze zijn daar algemeen tot talrijk en bevinden zich veel op de grond op zoek naar voedsel. Het zijn
voornamelijk bosvogels die daar in kleine groepen rondvliegen
Grootte
Ongeveer 33 tot 36 centimeter.
Gewicht
Man 123-169 gram, Pop 112-146 gram.
Geslachtsonderscheid
Dat is bij deze vogel moeilijk te bepalen.
Over het algemeen zijn de vrouwtjes wat kleiner en hebben een minder brede kop en snavel.
Omdat er echter nogal wat verschil in grootte binnen de soort voorkomt is het het veiligst een vogel te
kopen die nog samen met zijn/haar broers en zusters rondvliegt. Als dat het geval is, is er normaal gesproken
met volledige zekerheid een man of pop uit te halen. Let er daarbij op dat de kop van de man meer afgeplat en
hoekig is en dat van bovenaf gezien de snavel breder is.
Het jeugdkleed kan sterk variëren van bijna geheel rood tot bijna geheel groen. Laat u bij uw keuze leiden door
het uiterlijk van de ouders en door het formaat van de jongen. Verder zijn de middelste staartveren van de pop groen, terwijl die van de man diep blauw zijn.
Sociale eigenschappen
In de natuur zijn pennantrosella’s sociale vogels.
Buiten de broedtijd leven ze in groepen. In de Volière echter is het beter slechts 1 paartje onder te
brengen, eventueel met het gezelschap van niet-verwante soorten.
Geschikte behuizing: Pennanten doen het uitstekend in een buitenvolière, maar ook een ruime kamervolière
voldoet doorgaans goed. De behuizing moet stevig genoeg zijn om langdurig weerstand te kunnen bieden aan hen
sterke snavels.
Omgevingstemperatuur
Deze kleurrijke vogel zijn gehard en kunnen zonder problemen de wintermaanden
doorkomen, mits ze zich terug kunnen trekken in een vorstvrij nachthok
Voedsel
Pennantrosella’s eten een zaadmengsel voor grote parkieten (zoals hieronder getoond) en lusten daarnaast ook graag kleine
beetjes fruit, bessen en verse onkruiden.
Een gritmengsel mag niet ontbreken.
In de natuur eet de Pennant rosella vooral zaden, vruchten, bloemen, insecten en insectenlarven.
Hij gaat op de bosbodem op zoek naar voedsel, pikt aan graszaden en plukt de
bloemen van de eucalyptus en andere bomen. Bovendien eet hij vruchten en bessen uit de lagere struiken.
Handig dopt de parkiet de zaden en eet alleen de inhoud. Met zijn dikke tong houdt hij een zaadje tegen de
onderkant van zijn bovensnavel en raspt het met de snijrand van zijn ondersnavel af. Zo verwijdert hij de
schil en houdt de inhoud over. Op akkers en fruitplantages is de Pennant-rosella geen graag geziene gast,
maar wordt eerder als plaagdier gezien. Toch weegt de schade die de Pennant-rosella veroorzaakt lang niet
op tegen de hoeveelheid schadelijke insecten die hij eet en die anders toch ook een deel van de oogst
vernield zouden hebben.
Activiteiten
Pennantrosella’s zijn levendige en beweeglijke vogels die zowel vliegen als klimmen. Ze nemen
graag een bad, zeker tijdens de warme zomerdagen.
Voor binnenshuis gehuisveste vogels strekt het tot aanbeveling ze dagelijks met een plantenspuit te
besproeien. Wanneer ze op een rustige manier benaderd worden, kunnen ze behoorlijk tam worden.
Hun stemgeluid is gevarieerd en niet onaangenaam.
Het zijn geen schreeuwers, maar ze knagen wel erg graag.
Kweek
Pennantrosella’s gaan vrij eenvoudig over tot kweken. Om goede resulaten te hebben moeten ze wel 2 jaar oud zijn.
Het beste huisvest u een paartje in een aparte volière en biedt u het een gesloten broedblok aan met een
doorsnede van 30 centimeter en een hoogte van ongeveer 40 tot 50 cm. Het mannetje maakt het vrouwtje hof
door voor haar te baltsen.
Zodra de broedtijd nadert, baltst het mannetje met hangende vleugels, opgerichte schouders en opgezette
borstveren. Hij draait zijn uitgewaaierde staart naar beide kanten en houdt zijn kop of hoog en naar achter
gericht of licht naar voren gebogen. Hij kwettert en biedt het vrouwtje voedsel aan. Ze is aanvankelijk nog
tamelijk schuw en klaar om te vluchten. Het mannetje kiest een nestplaats waarin opvallend gekleurde vogels
goed verborgen zijn.
De pop broedt alleen; broedduur 20 dagen; nesttijd 5 weken. De eerste dagen na het uitvliegen zijn de jongen
erg schuw en schrikachtig en vliegen overal tegenaan, zodat de kans op letsels groot is; kopse kant van de
volière met dennentakken of brem afdekken.
Aanbevolen ringmaat 6 mm. 14 dagen na het uitvliegen zijn de
jonge vogels zelfstandig, maar als de man ze met rust laat kan men de jongen nog wel wat langer bij de
ouders laten. Sommige poppen beginnen aan een tweede ronde, maar de meeste niet. Als de pop opnieuw wil
beginnen de jongen direct uitvangen en apart zetten.
De jongen hebben nog niet dezelfde kleur als de ouderdieren en zijn overwegend groen. De uiteindelijke
kleur zal ongeveer anderhalf jaar op zich laten wachten.
Mutaties
Er zijn diverse mutaties van deze vogel bekend. Een bijzonder aantrekkelijke en populaire
variëteit is de blauwe pennantrosella, zoals foto onderaan.
Minder bekend zijn de lutino's en de cinnamons. Ook bestaan er pastel, fallow, oranje, albino en bont.