Hygiëne
Een van de belangrijkste zaken bij het houden en kweken van vogels is
de hygiëne.
De kooi en volière moeten daarom regelmatig grondig worden
schoongemaakt. Hoe vaak dit moet gebeuren, is afhankelijk van de
grootte van de kooi of volière, de hoeveelheid vogels die erin
gehuisvest wordt, het seizoen en de mate van de vervuiling die
optreedt.
Om kosten te besparen gaan sommige mensen ertoe over om de
bodembedekking van de volière of kooi te zever, zodat de
zichtbare ontlasting verwijderd wordt. De onzichtbare vervuiling wordt
echter niet weggehaald met het zeven, zodat
besmettingsgevaar blijft bestaan.
Verschoont u de bodembedekking van de kooi of het nachthok, haal dan de
hele laag eg en vervang hem door een geheel nieuwe laag. Welke soort
bodembedekking u gebruikt, hangt af van de soort vogels die u houdt. De
bekendste en meest gebruikte soort bedekking is het zogenaamde
schelpenzand, maar ook houtsnippers en schoon rivierzand en zelfs
kiezels worden soms als ondergrond gebruikt.
Ontsmet wanden, spijlen en vloer van de kooi of volière
geregeld.
Hiervoor kunt u veilige middelen aanschaffen in iedere
dierenspeciaalzaak.
Zitstokken, voederbakjes en waterbadjes moeten ook regelmatig worden
schoongemaakt in een sopje met desinfecterend middel (beste is
bleekwater, ontsmet nog altijd het beste).
Hoe hygiënischer u te werk gaat, hoe kleiner het risico van
problemen.
Verzorging van de nagels
De nagels van vogels kunnen te lang worden, zeker wanneer de
zitstokken te dun of te glad zijn.
Sommige vogelsoorten hebben aanleg om snel te lange nagels te
ontwikkelen, zoals verschillende Afrikaanse prachtvinken.
Behalve dat te lange nagels voor een vogel erg lastig zijn, kunnen ze
uiteindelijk ook vergroeiingen aan de tenen en voeten veroorzaken.
Bekijk de nagels van uw vogels daarom tegelmatig kritisch en knip ze
korter wanneer dat nodig is.
Doet u dit voor de eerste keer, dan kan dit een wat griezelig klusje
zijn.
Wellicht kan een ervaren vogelkweker u bijstaan. Houd in de gedachten
da u uitsluitend de nagelpunt kort moet knippen. Voorkom te allen tijde
dat u in 'het leven' knipt. Hierdoor gaat de nagel bloeden -soms
langdurig- en wordt het knippen een pijnlijke en traumatische ervaring
voor uw vogel.
Hebt u vaker de nagels van de vogel geknipt, dan wordt het een
routineklusje dat in een paar minuten geklaard is. Wanneer u er echter
erg tegenop ziet, kunt u beter iemand anders vragen het voor u te doen;
dat is nog altijd beter dan de vogel met te lange nagels door het leven
te laten gaan.
Ontwormen
Vrijwel alle vogels kunnen wormen krijgen, maar wormen komen het
meest voor bij papegaaiachtigen, vooral bij de Australische soorten
zoals neophema's.
Een (half)-jaarlijkse wormenkuur is voor vogels in de risicogroep -ook
voor gezelschapsvogels waar niet mee gekweekt wordt- geen overdreven
luxe.
Vindt u het moeilijk om uw vogel zelf te ontwormen, dan kunt u iemand
anders, wellicht uw dierenarts, vragen dit voor u te doen.
Badwater
De luchtvochtigheid in de omgeving waar veel kooi- en
volièrevogels vandaan komen, is veel hoger dan wij ze in de
gemiddelde huiskamer kunnen bieden.
Vrijwel alle vogels heben er daarom behoefte aan zo nu en dan een bad
te nemen en voor sommige is een dagelijks bad zelfs een voorwaarde om
in een goede conditie te blijven.
Badwater moet dagelijks worden ververst, ook als het niet vervuild
lijkt.
Maakt uw vogel geen gebruik van een badhuisje of schaal, maar gehoort
hij wel tot de soorten die een waterbad nodig hebben om in conditie te
blijven, besproei hem dan regelmatig met een plantenspuit op
nevelstand.
Doe dit overigens alleen bij behaaglijke temperaturen, om te voorkomen
dat de vogel ziek wordt.
De rui
Een volwassen vogel ruit één keer per jaar. Is een
vogel vaker of erg lang in de rui, dan kan er sprake zijn van een
verkeerde voeding, stress of factoren zoals plotselinge verandering van
temperatuur, of ziekte.
De ruiperiode is voor vrijwel alle vogels een kritische periode die erg
veel van het gestel van de vogel vergt. Tijdens de ruiperiode hebben
vogels extra voedingsstoffen nodig. Vogels die normaal gesproken
zingen, zullen tijdens de rui amper van zich laten horen en de meeste
vogels zijn ook minder actief dan normaal.
De ruitijd duurt gemiddeld anderhalf tot twee maanden. Een verschijnsel
dat regelmatig voorkomt, is de zogenaamde 'stokrui'. Dit betekent dat
de vogels steeds maar blijven ruien. Stokrui is vaak een gevolg van te
koud drink- en badwater, terwijl de omgevingstemperatuur wel behaaglijk
is.
Een goed huismiddel om dieren te helpen door de ruite komen, is
dagelijks een heel klein beetje soda, opgelost in het drinkwater, te
verstrekken.
Zieke vogels
Wanneer u uw vogels goed kent, kunt u aan hun gedrag en
uiterlijk zien of ze zich goed voelen. Een gezonde vogel heeft een glad
aanliggend verenpak en is actief. Afwijkend gedrag, zoals het zich
terugtrekken, apathie, stereotiepe bewegingen, verenpikken en algemene
onrust, kunnen wijzen op een probleem. Een van de eerste dingen waaraan
u kunt merken dat u vogel zicht niet lekker voelt, is dat hij 'dik
zit'. Deze algemeen bekende term betekent dat de vogel zijn veren opzet
en een lusteloze indruk maakt. Veel vogels nemen deze houding aan als
de omgevingstemperatuur te laag voor ze is.
Door hun veren op te zetten, houden ze een beetje lichaamswarmte in de
ruimte tussen de veren vast. Verhoging van temperatuur geeft in zo'n
geval verbetering.
Andere symptonen waaraan u kunt merken dat er iets mis is met de vogels
zijn onder meer een afwijken ademhaling, het 'happen' naar lucht, niet
soorttypische dunnen ontlasting, weinig of geen voedselopname, kale
plekken, slecht in de bevedering zitten, overmatige rui, woekeringen op
de snavel, poten en rond de ogen, gedeeltelijke of algehelen
verlamming, uitvloeiing uit de neus of ogen en zwellingen.
Vermoedt u dat er iets niet in orde is met uw vogels, wa nooit af hoe
dit zich ontwikkelt, maar tref direct maatregelen. Hebt u een goed
contact met ervaren vogelhouders en -kwekers, dan zou u hun het
probleem kunnen voorleggen. Ervaren vogelmensen kennen bepaalde
symptonen good en weten vaak precies hoe u ze zou kunnen bestrijden.
Via vogelverenigingen kunt u eventueel met ervaren mensen in contamen.
U kunt daarnaast contact opnemen met u dierenarts. Wellicht kan een
eenvoudig onderzoek van de ontlasting van de vogels uitsluitsel geven
en in andere gevallen kan een bloedmonster of onderzoek van een van de
aangetaste vogels een indicatie geven van de oorzaak van het probleem.